|
De provincies en stadsregio’s in ons land zijn verantwoordelijk voor het regionaal openbaar vervoer. Zij moeten vervoerders selecteren die het gewenste aanbod gedurende een aantal jaren kunnen realiseren. Essentieel daarbij is welke eisen de betreffende overheid aan het vervoeraanbod stelt, wat voor biedingen op grond hiervan verwacht mogen worden en hoeveel geld er voor implementatie nodig is.
De provincie Flevoland heeft aan NEA gevraagd een drietal toekomstscenario’s te ontwikkelen voor het openbaar vervoer in de provincie ná realisatie van de spoorlijn tussen Lelystad en Zwolle (via Dronten en Kampen-Zuid in 2012). De scenario’s hebben betrekking op het grootste deel van de streekbuslijnen, als ook de Regiotaxi die onder de financiële verantwoordelijkheid van de provincie vallen. De provincie heeft een aantal kwaliteitseisen aan de scenario’s gesteld. De gestelde eisen moeten tot verbetering van enkele verbindingen leiden. Dit zal echter tegen zo gering mogelijke kosten verwezenlijkt moeten worden. Van belang is ook de vraag welke meeropbrengsten te verwachten zijn bij bepaalde verbeteringen. De extra geraamde vervoeropbrengsten kunnen in mindering gebracht worden op de berekende kosten.
In het eisenpakket van de provincie speelt een aantal vervoerknooppunten een belangrijke rol. Enerzijds moeten de belangrijkste verbindingen tussen deze knooppunten voldoen aan bepaalde eisen in verband met de reistijd per openbaar vervoer (ten opzichte van de reistijd per auto), frequenties en het aantal overstappen. Anderzijds moet in principe vanaf - en naar - alle adressen in de provincie steeds binnen een bepaalde tijdsduur een verbinding met een nabijgelegen knooppunt worden geboden. Hierbij is ook rekening gehouden met de verwachte uitbreiding van de functies van Vliegveld Lelystad. NEA heeft zo veel mogelijk diversiteit in de scenario’s aangebracht door voor elk van de drie scenario’s sterk uiteenlopende ontwerpuitgangspunten te kiezen.
conclusies De studie leidt tot inzicht in mogelijke richtingen die door de aanbieders van openbaar vervoer gekozen zouden kunnen worden en de financiële gevolgen die daaruit kunnen voortkomen. Ook is nagegaan welke verbindingen in ieder geval moeten worden verbeterd en waar de vervoerder juist speelruimte krijgt om het huidige aanbod te verminderen. Door dit af te zetten tegen het relatieve belang van de betreffende verbindingen qua aantal (potentiële) reizigers, zijn bepaalde adviezen tot aanpassingen in specifieke verbindingseisen ontwikkeld.
rapport Voorbeeldnetwerken en calculaties OV-tactiek provincie Flevoland, ir. D. van der Goot (rapport is niet openbaar)
|